Zweeds onderzoek : Steeds meer eenvoudig werk gaat naar “verkeerde werknemers”

eenvoudig-werk

Zowel de Zweedse regering als de oppositiepartijen willen meer zogenoemde eenvoudige banen. Dit wordt als extra noodzakelijk geacht gezien het grote aantal nieuwe vluchtelingen welke alleen een basisschool opleiding hebben.

Maar zijn er voldoende eenvoudige banen? Volgens meerdere Zweedse onderzoekers zijn er de afgelopen jaren onvoldoende bijgekomen. Echter worden deze voornamelijk ingenomen door mensen met een hogere opleiding.

De discussie over eenvoudige banen gaat door, terwijl er tegelijkertijd scherpe meningsverschillen zijn in hoeverre er in de hoogte van het minimumloon moet worden gesneden. Dit terwijl de regeringspartijen er over eens zijn dat er meer eenvoudige banen bij moeten komen. (eenvoudige baan = geen opleiding nodig, vaak zwaar werk, bij voorkeur ervaring gewenst om deze goed uit te kunnen voeren)

Een van de redenen voor meer eenvoudige banen is dat ongeveer 50% van de asielzoekers welke de afgelopen paar jaar in Zweden zijn aangekomen als hoogste opleiding de basisschool hebben doorlopen.

De in het buitenland geboren werkzoekenden domineren de werkeloosheidsstatistieken. Het duurt gemiddeld ongeveer 8 jaar voordat de helft van de asielzoekers enige vorm van werk hebben gevonden. De meerderheid zal zelfs nooit een vaste aanstelling voor voltijd krijgen…..

De beschikbare banen voor laagopgeleiden zijn onvoldoende. En voor deze banen wordt in de meeste gevallen echter wel een middelbare opleiding gevraagd waardoor jongeren met alleen een lage opleiding zo goed als kansloos zijn op de arbeidsmarkt.

Wat is de oorzaak? De gangbare verklaringen zijn dat de eenvoudige (industriële) werkzaamheden weg gerationaliseerd – of naar het buitenland verdwenen zijn, en dat Zweden in een overgangsfase zit van industriesamenleving naar een kennissamenleving. Met andere woorden, de toekomstige banen vergen meer scholing en opleiding.

Uit deze analyse blijven er twee mogelijke oplossingen over , ofwel door middel van voldoende opleidingen de werkeloosheid terugbrengen, of door middel van loonsverlagingen het aantal eenvoudige banen weer op een acceptabel niveau.

Het probleem is echter – dat de probleemomschrijvingen – niet echt kloppen.

De zogenoemde eenvoudige werkzaamheden zijn niet gelijk gebleven of minder geworden sinds 2000, het zijn er juist meer geworden. Over de aantallen verschillen de meningen, wel is er overeenstemming dat 20% van de banen hooguit basisschool met soms een korte opleiding, vereisen.

In een situatie met hoge werkeloosheid is het echter mogelijk dat werkgevers ook voor eenvoudige werkzaamheden een middelbare opleiding eisen. De opleidingseisen zijn een eenvoudig middel op te schiften tussen de werkzoekenden.

Volgens het SCB (Zweeds bureau voor de statistiek) zijn er twee trends te herkennen aangaande werkzaamheden zonder hogere opleidingseisen. Het is uiteraard niet mogelijk om exacte cijfers boven water te krijgen omdat in de verschillende beroepsgroepen meerdere opleidingseisen mogelijk zijn. Toch is het mogelijk om aan te tonen dat de eenvoudige (industrie) banen, zoals montage- en inpakwerkzaamheden sterk minder zijn geworden, terwijl bijvoorbeeld banen in de callcenterbranche juist behoorlijk zijn gestegen.

Als men over de periode van 2005 – 2013 van bepaalde beroepsgroepen het aantal werknemers vergelijkt ontstaat het volgende beeld:

  • schoonmakerbranche, 9000 werknemers meer t.o.v. 2005
  • Bewakingsdiensten, 4000 werknemers meer t.o.v. 2005
  • Bus- treinbestuurders, 5000 werknemers meer t.o.v. 2005
  • Callcenter, 3000 werknemers meer, t.o.v. 2005
  • Voertuigmonteurs – montage, 5000 werknemers minder t.o.v. 2005
  • Assemblage en inpakmedewerkers, 4000 werknemers minder t.o.v. 2005

Gelijktijdig hebben werknemers welke middelbaar of daarna tevens hoger onderwijs hebben gevolgd, het moeilijker gekregen om een baan te vinden welke overeen komt met hun opleiding. Hierdoor ontstaat er concurrentie met betrekking tot die banen waarvoor een opleiding niet noodzakelijk is.

Rune Åberg, als professor emeritus Sociologie verbonden aan de Universiteit van Umeå, heeft in meerdere studies onderzoek gedaan naar beroepen waarin meer zijn bijgekomen en naar beroepen waar het aantal banen juist is verminderd. Hij zegt dat wat we zien een vorm van baanpolarisering is, een trend welke ook waargenomen wordt in andere ontwikkelde economieën. De hooggekwalificeerde banen worden steeds meer evenals de eenvoudige banen. De banen welke verdwijnen zijn die in het middensegment, zoals geschoolde werknemers, secretaresses en vergelijkbare beroepen welke door de huidige technologische ontwikkelingen meer en meer overbodig worden.

Er zijn volgens de professor twee belangrijke oorzaken voor deze ontwikkeling;

– Voor een deel heeft het te maken met demografie. Met een vergrijzende bevolking zijn er meer mensen nodig in de gezondheidszorg, ouderenzorg en persoonlijke diensten. Ook is het te wijten aan veranderingen in levensstijl en verstedelijking. Men ziet deze ontwikkelingen veel sterker in de grote steden.

Het is moeilijk om te achterhalen hoeveel banen met alleen basisonderwijs er zijn in Zweden. Volgens SCB (Zweeds bureau voor de statistiek) is dit slechts 5,5% van de banen. Maar dat is volgens Rune Åberg een grove onderschatting van de werkelijkheid. Hij heeft dit onder andere gebaseerd uit de statistieken met betrekking tot de  Zweedse indeling van beroepen in de sociaal-economische index (SEI), waaraan opleidingseisen zijn gekoppeld. Deze zijn weliswaar (deels) verouderd, maar kunnen nog steeds worden gebruikt om een schatting van de ontwikkelingen te verkrijgen.

 – In de jaren ’70 was bij bijna 50% van de banen basisonderwijs voldoende. Daarna nam het percentage rond het millennium af naar 20 – 25%, om daarna iets toe te nemen.

De banen zonder opleidingseisen zijn meer geworden zonder dat de lonen achterbleven, zegt Rune Åberg. Hij betwijfelt of een verlaging van salarissen een realistische manier is om meer laaggeschoolde mensen aan het werk te krijgen, zeker gezien het feit dat een groot deel van deze banen part-time, en soms nog minder, zijn.

 – Persoonlijk geloof ik dat juist nu opleidingsinitiatieven belangrijker zijn. Daarnaast is er veel vraag naar banen welke een middelbare of hogere opleiding vereisen. Er is o.a. behoefte aan zeer veel onderwijzend personeel, maar ook verpleegkundigen en verzorgenden. Hierdoor zal de concurrentie om banen voor laagopgeleiden verminderen.

Jonas Frycklund, waarnemend hoofdeconoom van Svenskt Näringsliv (vergelijkbaar met NVO, Nederlandse Vereniging van Ondernemers) stress, onzekerheid in de statistieken.

 – Volgens het SCB is 5,5% van de beroepen eenvoudig. Deze beroepen zijn de afgelopen 5 jaar minder geworden. Je kunt natuurlijk ook andere beroepen bestempelen als eenvoudig. Ik zou graag meer onderbouwing – onderzoek willen zien.

Hij ziet echter, net als Rune Åberg bepaalde problemen bewaarheid, bijvoorbeeld dat laaggeschoolden de concurrentie met middelbaar geschoolden aan het verliezen zijn.

 – Er is bijvoorbeeld een groep welke gemeenschapsgerichte middelbare en hogere opleidingen hebben gevolgd, direct de arbeidsmarkt opgaan zonder een zinnige opleiding. Ik zou graag meer prikkels in de studiefinanciering zien, zodat met sneller het middelbaar- en hoger onderwijs doorloopt.

Tegelijkertijd wil hij lagere werkgeverslasten en lagere startersalarissen om meer mensen met een lage opleiding aan het werk te krijgen.

– We hebben onnodig veel banen(weg) gesaneerd. Een salaris van 1500 euro is in ieder geval meer dan een bijstandsuitkering. Om te beginnen zou ik graag een vorm van introductiefuncties willen hebben, waar je 2 jaar lang 75% van het starters salaris krijgt. Dit zou niet voor iedereen moeten gelden maar alleen voor jongeren welke langere tijd werkeloos zijn en met hun eerste baan beginnen.

Thomas Carlén, econoom van LO (Overkoepelende werknemersorganisatie) gaat hier niet in mee. Hij is kritisch aangaande de focus op eenvoudige banen. In het rapport “De ‘nieuwe’ structurele transformatie” van 2014 komt hij tot bijna dezelfde conclusies als Rune Åberg. Er is volgens hem geen gebrek aan eenvoudige banen. Het probleem is dat deze banen worden overgenomen door middelbare en hoger opgeleiden. Hij zegt;

 – Banen waarvoor alleen basisschool als vooropleiding voldoende is, zijn juist meer geworden. En daarom moeten wij ons afvragen in welke sectoren wij meer banengroei willen zien. Er is een duidelijk tekort aan ambtenaren in de publieke sector, van verpleegkundigen tot leraren.

 

Thomas Carlén wil een arbeidsmarktpolitiek zien waarin het aantal banen structureel toeneemt. Met meer middelbaar- en hoger gekwalificeerde banen zal de druk op de eenvoudige banen afnemen waardoor werknemers met een lage opleiding meer kansen krijgen op de arbeidsmarkt.

Wat betreft de nieuwkomers met een korte opleiding of alleen basisschool is er echter behoefte aan specifieke maatregelen, gaat hij verder.

 – Het hoofddoel is dat zo veel als mogelijk mensen een middelbare opleiding krijgen. Maar tegelijkertijd moet het mogelijk zijn om studie en werk te combineren. Dit vergt echter nog meer gesubsidieerde banen, bijvoorbeeld in de publieke sector in combinatie met cursussen. We moeten flexibeler zijn, echter blijven toezien op de juiste opleidingen, zodat het niet uit de hand loopt.

 

AANTAL ‘EENVOUDIGE’ BANEN GROEIDE

Nu zijn er meer schoonmakers, keukenmedewerkers en vrachtwagenchauffeurs dan 8 jaar geleden, dit volgens SCB (Zweeds Centraal Bureau voor de Statistiek)

  • Vrachtwagenchauffeurs van 8460 naar 12013
  • Callcenter medewerkers van 9091 naar 12516
  • Auto en taxichauffeurs van 13474 naar 17933
  • Bus en trein bestuurders van 18310 naar 23963
  • Receptionisten en vergelijkbaar van 18958 naar 24000
  • Hotel – kantoorschoonmakers van 62556 naar 71122
  • Kassamedewerkers van 14361 naar 15995
  • Verpleeghulpen van 147915 naar 154723
  • Fabrieksarbeiders van 31487 naar 27004
  • Automonteurs van 17064 naar 12947

Sommige van de banen hierboven genoemde banen vragen aanvullende opleidingen maar als basis is basisonderwijs voldoende volgens SCB. In 2005 waren er in deze beroepen 341676 banen, in 2013 372176, een stijging van 9%. Waarbij de meeste groei, 42% meer vrachtwagenchauffeurs, en 38% bij de callcenters.

Bron: Du och Jobbet – vertaald uit het Zweeds door Henk Stuiver