Werken op Hoogte, wat zegt de Wetgever in Nederland & België?

Wetten divers

NEDERLAND
Voorkomen valgevaar – Artikel 3.16 (Uit Hoofdstuk 2. Inrichting arbeidsplaatsen/ Afdeling 1. Algemene voorschriften)
Bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat, dienen de juiste maatregelen getroffen te worden. Als het gevaar niet weggenomen kan worden hebben collectieve maatregelen gericht op collectieve bescherming de voorkeur boven maatregelen gericht op persoonlijke bescherming. Maar wanneer er geen collectieve bescherming beschik-baar is, zoals bijvoorbeeld een hekwerk, dan dient de werkgever persoonlijke valbe-veiligingsoplossingen ter beschikking te stellen.

Veiligheids- en gezondheidsplan – Artikel 2.28.
(Uit Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid/Afdeling 5. Bouwproces)
Brengen bouwwerken voor de veiligheid en gezondheid van werknemers bijzondere gevaren met zich mee (zie bijlage II bij de richtlijn)? Of is een melding verplicht? Dan stelt de opdrachtgever een veiligheids- en gezondheidsplan op. Daarin staat, afhankelijk van de voortgang in het bouwproces, in ieder geval:
A. een projectomschrijving en betrokken partijen
B. een inventarisatie en evaluatie van de specifieke gevaren voor het betreffende bouwwerk (denk aan gevaarlijke stoffen en specifieke werkzaamheden)
C. de maatregelen die volgen uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld onder b
D. de afspraken met betrekking tot de uitvoering van de maatregelen, bedoeld onder c
E. de wijze waarop toezicht op de maatregelen wordt uitgeoefend
F. de bouwkundige, technische en organisatorische keuzes (plus onderbouwing) die in verband met veiligheid en gezondheid werknemers en zelfstandigen worden gemaakt
G. de wijze waarop voorlichting en instructie aan de werknemers op de bouwplaats wordt gegeven

Inventarisatie en evaluatie van risico’s – Artikel 5 (Uit Hoofdstuk 2. Arbeidsomstan-dighedenbeleid/Inventarisatie en evaluatie van risico’s)
De werkgever dient in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast te leggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risicoinventarisatie en -evaluatie bevat tevens een beschrijving van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen en de risico’s voor bijzondere categorieën van werknemers. Zoals met alle wetgeving is elk lid van het artikel belangrijk. Lid 1 en 3 zijn specifieker toepasbaar op het stuk onderricht welke een werknemer dient te krijgen. Lid 1 stelt dat de gevaren inzichtelijk gemaakt moeten worden, dus ook de rest risicos. Lid 3 stelt dat een plan van aanpak nodig is om de gevaren zoals in lid 1 omschreven beheersbaar te maken. Het juist onderricht geven is hier een wezenlijk onderdeel van.

Arbeidsomstandighedenbesluit, voorlichting en onderricht – Artikel 8 (Uit Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid)
De werkgever is verantwoordelijk voor het verstrekken van doeltreffende opleidingen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden en de ter beschikking gestelde materialen, om ervoor te zorgen de risico’s duidelijk zijn en geminimaliseerd kunnen worden. Daarnaast heeft de werkgever een verplichting toe te zien op de naleving van de gegeven instructies.

Arbobeleid – Artikel 3 (Uit Hoofdstuk 2. Arbeidsomstandighedenbeleid/Arbobeleid)
In de voorgaande wetsartikelen en dit schrijven zijn we vooral in gegaan op wat we aan de voorkant allemaal moeten doen om onze werknemer veilig te houden en de juiste PBM’s te verstrekken. Het is niet uit te sluiten dat bij een juiste RI&E en TRA er geen ongevallen kunnen gebeuren. Artikel 3 lid e geeft ons hier sturing in:
doeltreffende maatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij ongevallen, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen, en doeltreffende verbindingen worden onderhouden met de desbetreffende externe hulpverleningsorganisaties;
Als werkgever is het dus belangrijk reddingsvoorzieningen in het plan van aanpak mee te nemen, ondanks het feit dat de brandweer na een melding altijd zal komen is het niet uit te sluiten dat zij niet binnen de gestelde termijn welke in de RI&E is gesteld ter plekke kunnen zijn en de juiste materialen bij zich hebben voor de specifieke situatie.

BELGIË
Omstandigheden op de werkvloer zijn geregeld in 1) het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB) en 2) de Welzijnswet. Het ARAB regelt de betrekkingen tussen werkgevers en werknemers. Of eigenlijk: regelde. Want de ARAB-bepalingen zijn of worden overgeheveld naar de Codex over het welzijn op het werk (geldig sinds 12 juni 2017). Dit wetboek is gebaseerd op de Welzijnswet van 4 augustus 1996, officieel de ‘Wet betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk’. De term ‘welzijn’ is veel meer omvattend dan de oude omschrijving ‘veiligheid en gezondheid’. De Codex schrijft vooral doelen voor en niet de middelen. We geven u graag tekst en uitleg over een aantal belangrijke onderwerpen en artikelen uit de Belgische wetgeving (Codex) in het kader van veilig werken op hoogte.

Codex over het welzijn op het werk
Dit wetboek is de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 89/391/EEG (maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en gezondheid van de werknemers op het werk), welke bestaat uit 10 boeken. Hoe werkt de indeling? Een voorbeeld. Artikel IV.5-1 betekent: boek 4 (Arbeidsmiddelen), titel 5 (Arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte), hoofdstuk 1 (Risicoanalyse en preventie-maatregelen).

Risicoanalyse en preventiemaatregelen (bij tijdelijk werk op hoogte)
– Artikel IV.5-1
De werkgever treft de nodige materiële en organisatorische maatregelen opdat de arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte, die ter beschikking van de werknemers worden gesteld, geschikt zijn voor het uit te voeren werk zodat het welzijn van de werknemers bij het gebruik van deze middelen wordt verzekerd. Dit overeen-komstig de bepalingen van de artikelen I.2-6 en I.2-7: een risicoanalyse op het niveau van de organisatie, werkposten/functies en individu en de daaruit volgende preventie-maatregelen (risico’s voorkomen -> schade voorkomen -> schade beperken).

Verplichtingen werkgever bij beschikbaar stellen PBM’s voor veilige werkopdracht- uitvoering – Artikel IX.2-23&24
De werkgever is verplicht te zorgen voor voldoende informatie & instructies, alsook te voorzien in opleiding en training betreffende het (juiste) gebruik van de PBM’s.

Voorwaarden waaraan een PBM tegen het vallen moet voldoen – Artikel IX.2-25
Deze verplicht het gebruik van een harnasgordel in een valbeveilingssyteem. Een buigzame lijn (beperkte lengte) verbindt het harnas hetzij met een stevig/ stabiel verankeringspunt hetzij met een ander bevestigingsysteem zoals een horizontale levenslijn, al dan niet permanent. Deze verbinding wordt zo kort mogelijk gehouden om een eventuele valhoogte te minimaliseren. Dit alles volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Nota wordt gegeven dat er specifieke PBM’s bestaan voor gebruik bij hogere temperaturen.

Controle van het gebruik van de PBM’s tegen het vallen
Artikel IX.2-21:  Een aangestelde door de werkgever, voldoende opgeleid, gaat na of het PBM nog steeds conform is voor zijn gebruik. Hij zal het PBM verwijderen na zijn levensduur/ vervaldatum.

Artikel IX.2-26: Een EDTC zal een blijvend bevestigd PBM steeds controleren bij een val van een persoon. Indien deze niet blijvend bevestigd is gebeurt de controle ten minste om de 12 maanden en telkens bij een val van een persoon. Deze onderzoeken gebeuren volgens de gebruiks-aanwijzing van de fabrikant. Dit verslag met vaststellingen wordt zorgvuldig bewaard door de werkgever.

Besloten ruimte – (potentieel) gevaarlijke werkruimte met beperkte toe- en uitgang
Artikel III.5-58.6°: Personen die een besloten ruimte betreden zullen een gordel met schouderbanden dragen. Deze is verbonden met de buitenwereld en valt onder het toezicht van hiervoor toegewezen personen die ook instaan voor eventuele reddings-werken.

Artikel III.5-58.7°: Personen belast met eventuele reddingswerken hebben in hun nabijheid het benodigde materieel (ladders, touwen en op de omstandigheden afgestemde ademhalingstoestellen).

Artikel IV.5-2.-§5: Het gekozen toegangsmiddel biedt de mogelijkheid van ontruiming bij dreigend gevaar zonder bijkomende risico’s op vallen.

Redding
Artikel I.2-7.-12°: Inbegrepen in de risicoanalyse en zijn bijhorende preventiemaat-regelen zijn de noodprocedures in geval van situaties van ernstig en onmiddellijk gevaar met betrekking tot de evacuatie van de werknemers.

Artikel IV.5-18.-8°: Werkzaamheden op hoogte die toegangs- en positioneringstechnieken met touwen behelsen vereisen de aanwezigheid van een andere werknemer die in staat is snel alarm te geven en de nodige kennis heeft van de procedures voor reddings-operaties.

Artikel IV.5-18.-9°: bij gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met touwen moet de werkgever zijn werknemers voorzien van adequate en specifieke opleiding, inzonderheid voor reddingsoperaties.

Valbeveiliging voor gereedschap
Artikel IV.5-18.-7° De gereedschappen en andere hulpstukken die de werknemer moet gebruiken tijdens zijn werkzaamheden op hoogte, dienen verbonden te zijn met het zitje
van de werknemer. Als er geen zitje aanwezig is dan is bevestiging aan het harnas of op een andere passende wijze verplicht.